Oorlogsherinneringen (en waarom ik 1944 overleefd heb)
Op1/10/1943, als vijftienjarige, sloot ik mij aan als koerier, bij hetOnafhankelijkheidsfront, beter gekend als het OF. Mijn taak was hetafleveren van berichten en een illegaal krantje dat deoorlogspropaganda van de Duitsers trachtte te weerleggen ennieuws over de geallieerden bracht, bij verschillende leden. Ik hielptoen elke week een paar uur als hulpje in de Bibliotheek "Vooruit"te Sint-Gillis en zo ben ik er ingerold en ook door een ongetrouwdekennis van ons gezin, Rosa Michaut. Toen de bibliothecaris, FransDemol, tevens een der leiders van de beweging, werd opgehaald door deGestapo, moest ik vlug de ledenlijst, die was verstopt tussen deboeken, ophalen en laten verdwijnen.
Benevens Frans Demol werdenin de tweede helft van de oorlog nog enkele vrienden en bekenden,waaronder Roger Caudron en een van mijn schoolleeraars, Mr. VanDoorselaer naar de Duitse kampen gestuurd. Een andere leraar, GeorgeClaessens was, in elk geval na de bevrijding, de leider van het OF.Tijdens bezetting zelf wisten wij zo weinig mogelijk van elkandersactiviteiten. Spionage- en sabotageactiveiten bleken later het tereinvan onder andere Medard Verhelst, Remy Rogge, Franxe7ois Cleemput ennog anderen.
Bij de bevrijding van Dendermonde, op 4 september1944, kwam ik samen met enkele klasgenoten, allen rond 16 jaar, inhet centrum van de stad, om onze bevrijders te zien. Die waren erniet, maar er liepen geruchten dat SS-troepen de Scheldebrug wildenopblazen en dat was vanuit het zuiden de enige toegang tot het landvan Waas en verder. In onze jeugdige overmoed liepen we naar deVeerstraat samen met enkele oudere, gewapende, Dendermondenaren. Ikweet niet hoe, maar zelfs ik kreeg voor de eerste keer in mijn leveneen pistool in de hand gedrukt. Nog voor de schermutselingen begonnenwerd mij echter gevraagd om het terug te geven om naar de Leopoldlaante lopen,waar een uit Asse ter hulp gestuurde Pantserwagen in pechstond. Ik heb de kameraden nooit meer levend teruggezien. Enkeleouderen werden van op een afstand neergeschoten, De heer Boerewaard,op slag dood, een andere in het been gewond. De anderen werden oplafhartige wijze gruwelijk afgeslacht nadat ze door een Duitser meteen Rode Kruis armband en witte vlag, werden uitgenodigd om gevallenkameraden, waaronder mijn vriend Louis Ophalvens die naar de brug wasgeslopen en dodelijk getroffen, en een zekere Alfons Willems die opde brug in het been werd geschoten,op te halen. Hen werden de ogenuitgestoken en de tong uitgesneden.- en dat waren dus mijnklasgenoten Raoul Termonia, en Albert De Clippel en Willy Algoed. Wieweet was ik er ook niet bij geweest als men mij niet naar degestrande hulptroepen had gestuurd.
Na de bevrijding blevenwij nog een paar maanden bij de gewapende militie. Enkele makkerstrokken nog naar Nederland waar het nog niet was afgelopen, om er meete strijden.
Wijzelf bezetten een woning van een collaborateur envoerden acties uit als het opsporen van ondergedoken misdadigecollaborateurs. Daarbij is per ongeluk een daarvan gedood doordat bijeen schermutseling het wapen van een weerstander afgevuurd werd.
Inde oude kazerne van Dendermonde werden de gearresteerden opgeslotenen sommigen daarvan werden, tot onze afkeuring, niet echt zachtaangepakt. De ‘weerstanders’ van het laatste uur waren, zoals in degeschiedenis steeds gebeurt, het ergst. Omdat wij, van het OF, daarniet mee eens waren, hebben wij daar trouwens niet lang bij debewaking moeten helpen.
Na een tijdje begon de politiek in Belgiewaarschijnlijk te vrezen voor een machtsgreep van de weerstand,vooral van de ‘communisten’ en werd de weerstand ontwapend.
Ikbleef bij de weerstand tot 17/11/44 en hield er een paar eretekensaan over.
Toch was ik mijn revolutionaire haren nog niet verlorenen ik werd medeoprichter van de plaatselijke "Volksjeugd",een jeugdafdeling van de Kommunistische Partij en medewerker van hetnationaal tijdschriftje van deze. Later werd ik wel door de KPbuitengekeken wegens mijn kritiek op het Stalinisme. Nu ben ik welgexebvolueerd tot overtuigd vrijzinnig (links)liberaal.
Ikzelfbegon, in Brussel, mijn studies van elektronicus maar vond toch nogde tijd om in Sint-Gillis bij Dendermonde,een afdeling van de, alweerlinks gerichte ‘Volksjeugd’ op te richten. Ik zat daarvoor ook eentijdje in de redactie van een nationaal tijdschrift van diegroepering. Als ik daarvoor overnachtte in Brussel, maakte ik daarkennis met jonge Zionisten die naar Palestina wilden emigreren.
Dat’Big Brother’ steeds meekijkt ondervond ik later toen ik bij hetbegin van mijn legerdienst bij de Belgische Marine op het matje werdgeroepen om mij aan te raden geen politieke activiteiten teontplooien, wat ik ook niet van plan was. De legerleiding wasblijkbaar beter op de hoogte van mijn verleden dan ikzelf. Nietteminben ik toch nog reserve onderofficier geworden.
Maar laten we nogeven teruggaan naar het begin van de oorlog.
Op 10 mei 1940 zag ikals twaalfjarige vanaf ongeveer 800 meter het bombardement van deScheldebrug door Duitse Stuka’s. Mijn vader lag toen op een paarhonderd meter van de brug plat op zijn buik maar bleef ongedeerd, watniet van de brug kon gezegd worden.
Bij de inval van de Duitsetroepen zaten we met een paar families verzameld in de stallen vaneen grote boerderij in onze straat. De eerste Duitse soldaten kregenwij te zien doorheen de gaten waar de koeien gevoederd werden. Onzevaders en alle oudere mannen waren bijna dood van schrik wegens degruwelverhalen uit de eerste wereldoorlog, die de meesten nog haddenmeegemaakt, maar alles liep goed af.
Uit vrees voorbombardementen op het spoorwegstation, de nabijgelegenspoorwegateliers en de herstelde Scheldebrug herbergden wij eentijdje in ons huis een paar families uit het stadscentrum, maar meteen luchtafweerbatterij op slechts 150 meter afstand van onze woningwas dat misschien niet eens zo slim.
Naar het einde van debezetting toe organiseerden wij met een paar vrienden van mijnleeftijd een soort nachtelijke alarmbrigade voor de overvliegendegeallieerde vliegtuigen. We sliepen in een soort kuil voor bietenenz. en als er alarm was bonsden we op de deuren bij de buren en trokiedereen het veld. Het klinkt nu misschien wel belachelijk. We werdener wel eens uitgehaald door een Duitse patrouille maar wellicht dooronze jonge leeftijd liep het goed af.
Tot zover debijzonderste herinneringen uit mijn oorlogsjaren.